Bio

Ik ben geboren op 7 april 1960 in Opbrakel, een latere deelgemeente van Brakel. Volgens de overlevering ook de dag waarop de Rolling Stones elkaar voor het eerst ontmoet hebben. Ik ben de middelste van drie zussen en kreeg de naam Martine. Maar zelf gebruik ik al héél lang gewoon ‘Tine’.

Als kind ging ik naar het dorpsschooltje in Opbrakel. Ik zat in een kleine klas met 12 leerlingen. Ik was een echte boekenwurm en kon me uitleven in de dorpsbibliotheek. Ons vader was chauffeur en ons moeder poetsvrouw. Met mijn vader ging ik er vaak wandelen, hij heeft mij de liefde voor de natuur bijgebracht. Thuis werden wij opgevoed in het dialect en ook in de lagere school werd er eigenlijk geen standaardtaal gesproken.

Mijn eenvoudige afkomst, denk ik nu, was bepalend voor mijn middelbare schoolopleiding. Het werd dus technisch onderwijs, om later het huishouden te kunnen doen. Op school waren er twee soorten leerlingen: de gewone meisjes uit het dorp zoals ik en meisjes van rijkere afkomst. Van sommigen mocht niet geweten zijn dat ze technisch onderwijs volgden, dus zaten ze op internaat. Hier ondervond ik voor het eerst wat onrechtvaardigheid betekent, want er werd op ons wel eens neergekeken. Dit is me altijd bijgebleven.

Meestal was ik een braaf meisje. Maar toen het op school over natuur en milieu of andere maatschappelijke onderwerpen ging, discussieerde ik heftig mee. Ik hield van de natuur en vond het maar normaal dat die moest beschermd worden. 

Zo kwam ik al gauw in de milieubeweging terecht. Mijn eerste betoging was op 18 oktober 1975 en gericht tegen de aanleg van de autosnelweg A9 dwars door de Vlaamse Ardennen. Dankzij een duizendtal betogers is die autosnelweg er uiteindelijk nooit gekomen!

Ook nadien bleef ik deelnemen aan protestacties, vooral tegen kernraketten en kernenergie en voor de vrede vooral. Intussen had de internationale milieuorganisatie Greenpeace voor het eerst van zich laten horen en in ons land waren de kerncentrales Doel 1 en Doel 2 in gebruik genomen.

Ik heb echt alles uit de kast moeten halen om na het middelbaar te mogen voort studeren aan de universiteit, dat was niet vanzelfsprekend. Gent was dichter bij Brakel, maar in Leuven duurde de opleiding Pedagogische Wetenschappen maar 4 jaar in plaats van 5 in Gent. Dat was dus een financieel voordeel voor mijn ouders en meteen een argument om op kot te gaan! Als middelste kind van drie kon ik goed onderhandelen. Mijn ouders aanvaardden mijn argument en ik vertrok naar Leuven. Ik wou eigenlijk losbreken, weg van de sociale controle. Maar ik was een toegewijde studente en heb pas later mijn wilde jaren gekend.

In 1983 ben ik afgestudeerd. Er was toen hoge werkloosheid en zelf kon ik ook pas na een jaar aan de slag. Dat was bij de Stichting Omer Wattez,  een kleine, regionale natuur- en milieuorganisatie in Oudenaarde. Daar heb ik 6 maand gewerkt. Intussen was ik al actief in de werkgroep ‘Zure Regen’ van de Bond Beter Leefmilieu. Daar ben ik de toenmalige directeur van Greenpeace tegengekomen. Hij zocht medewerkers en samen met 10 collega’s hebben wij toen Greenpeace-België uit de grond gestampt. 

Eén van onze eerste acties was rond de zure regen.  We hadden in Antwerpen op de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal een heel groot spandoek gehangen met de slogan ‘Stop Zure Regen’. In die periode gebruikte de krant Het Volk voor het eerst kleurenfoto’s en onze foto haalde toen de voorpagina.

Ik heb voor Greenpeace gewerkt van 1984 tot 1995. Vooral thema’s zoals zure regen, de ozonlaag, klimaatveranderingen of energie waren mijn ding. 

Intussen studeerde ik ook Milieukunde aan de Universiteit Antwerpen. Toen moest je nog via een diploma kunnen aantonen dat je iets afwist van milieu.

Na meer dan 10 jaar Greenpeace, ging ik kort aan de slag voor een studiebureau rond energie en nog later voor het Wereldcentrum, nu de educatieve dienst van de provinciale Noord-Zuidwerking. Allemaal werkervaringen die mij deden beseffen dat ik vooral graag rond beleid werk. Toen ik gestopt was bij Greenpeace ben ik lid geworden van Agalev. Niet meteen omwille van het milieu, maar eerder vanuit boosheid tegenover de migratiepolitiek toen. Ik was wat men noemde, een ‘herbebossingskandidaat’. Agalev wou verbreden en mensen op hun lijst zetten die pasten in het profiel, maar nog geen politieke ervaring hadden.

In 1995 waren er federale verkiezingen voor Kamer en Senaat. Antwerpenaar Eddy Boutmans trok de Senaatlijst en ik kreeg de tweede plaats. Maar ik raakte niet verkozen. Vrij snel werd ik voorzitter van de politieke raad en zetelde ik in het nationaal partijbestuur van Agalev. Kort daarna ben ik ook in Gent actief geworden.

In 1999 maakte Agalev deel uit van de regering Verhofstadt I. Ik ben toen op het kabinet van Mieke Vogels gaan werken, die de Senaat verliet om Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen te worden. Ik volgde vanuit het algemene beleid het energie- en  milieubeleid van  de Vlaamse regering op.

In 2003 werd Agalev volledig weggestemd uit het federaal parlement. Een jaar later bij de Vlaamse verkiezingen liep het beter, maar we zaten niet meer in de Vlaamse regering. Dus was ik ook mijn baan kwijt. Ik heb dan deelgenomen aan een examen en kon ambtenaar  worden bij de federale Dienst Klimaatverandering. Ik moest toen onder andere emissierechten aankopen in het buitenland, iets waar ik sceptisch tegenover stond.

In 2000 ben ik in de Gentse gemeenteraad gekomen. Ik ondervond toen hoeveel je als nieuwkomer in de politiek moet leren. Vooral zaken die voor ervaren politici vanzelfsprekend zijn, maar waar je als nieuweling helemaal geen weet van hebt. Ik profileerde mij in dossierkennis en was daarom niet makkelijk onder tafel te praten. Ook in 2006 werd ik verkozen en zo bleef ik dus in de Gentse gemeenteraad. Ondertussen ging ik vanaf 2009 op federaal niveau aan de slag voor de Groen/Ecolo-fractie als klimaat- en energiespecialist.

In 2011 werd in Gent het kartel SP.A-Groen boven de doopvont gehouden. Gent had nood aan een nieuw en ecologisch programma. Socialisten en groenen konden elkaar daarin vinden en een jaar later volgden ook de kiezers. We behaalden liefst 10 zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen en Groen kon drie schepenen leveren in Gent: Elke Decruynaere, Filip Watteeuw en ikzelf. 

Groen kreeg de bevoegdheden Milieu, Energie en Noord-Zuid toegewezen, materies waarin ik heel wat expertise had verworven en zo werd ik schepen van de stad Gent op 2 januari 2013.

Ondertussen kon ik 6 jaar lang elke dag bouwen aan een ecologisch en duurzaam Gent. Samen met vele Gentenaars, verenigingen en bedrijven tonen we dagelijks dat het anders kan! We gaan creatief om met schaarse energiebronnen en grondstoffen, maken werk van een klimaatneutrale én een klimaatrobuuste stad, maken van een Gent een steeds properder Stad  waar het goed is te leven.

Dat dit niet onopgemerkt bleef, maakt me wel een beetje trots. Zo viel onze voedselstrategie al een aantal keer in de prijzen, waren we twee jaar op rij finalist voor de European Green Capital Award, en zijn we de eerste Fair Trade hoofdstad van Europa. Stuk voor stuk waar ik en alle Gentenaars best trots mogen op zijn.

Een overzicht van mijn belangrijkste realisaties als schepen, in samenwerking met talrijke partners, vind je op de themapagina’s van deze site. Mijn plannen en toekomstdromen lees je onder de rubriek ‘programma’.